dirk_arno-1.jpg

Gedragsregels

Waarom heeft VOKO gedragsregels?

In een vereniging vinden allerlei sociale processen plaats. Mensen gaan met elkaar om en verwerven een positie in de sociale structuur van de club. Een ieder hoopt op een respectvolle behandeling. Een vriendschappelijke sfeer waarin je, je veilig voelt. Dat dit niet voor iedereen in weggelegd is spijtig en tevens een harde realiteit. Het is echter geen realiteit waar VOKO zich bij neer wil leggen. Zo worden pestgedrag en geweld, (seksuele) intimidatie en discriminatie niet getolereerd.

Om dit te onderstrepen heeft VOKO gedragsregels geformuleerd.

Buiten de regels van VOKO zijn de gedragsregels van het NOCNSF van toepassing binnen VOKO. Deze regels staan op de site van het NOCNSF

VOKO biedt de leden die ongewenst gedrag meemaken een luisterend oor in de vorm van de vertrouwenspersoon. Onze vertrouwenspersoon, Michiels Raats, is te bereiken via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Let wel: de vertrouwenspersoon is geen agent, advocaat, therapeut of rechter.

De gedragsregels:

  1. Een ieder dient te zorgen voor een (sport)omgeving en een sfeer waarbinnen iedereen zich veilig voelt. 

    De sporter moet als mens worden gerespecteerd. Er mag geen onderscheid worden gemaakt of nadruk worden gelegd op godsdienst, levensovertuiging, politieke gezichdheid, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele gerichtheid, culturele achtergrond, leeftijd, lichamelijke kenmerken of burgelijke staat. 

  2. Een ieder zorgt ervoor dat hij/zij een ander alleen benadert op een manier waarop de ander niet in zijn/haar waardigheid wordt aangetast. Benadering is alleen sportgeoriënteerd.

    Hierbij gaat het erom dat de brijwilliger niet onnodig (buiten de volleybalrelatie om) zich begeeft in het privéleven van de ander door bijvoorbeeld vragen hierover te stellen, afspraken te maken, contact op te nemen enzovoort.

  3. Een ieder zorgt ervoor dat er geen sprake is van (macht)misbruik of intimidatie in wat voor vorm dan ook. 

    Hierbij gaat het erom dat de situatie en de relatie binnen de vereniging niet mag worden gebruikt om er zelf beter van te worden. Dit kan materieel maar zeker ook gevoelsmatig zijn. Er kunnen gevoelens ontstaan die niets te maken hebben met het sporten. Beide partijen moeten alert zijn op deze gevoelens. Vooral in de sportieve relatie van vrijwilliger tegenover sporten is bovenstaande zeer ongewenst. Beide partijen moeten ook zo snel mogelijk zorgen dat deze 'relatie' zich niet verder ontwikkelt.